vrijdag 22 mei 2009

Toestdata reminder (staan ook bij leerdoelen)

Toetsmomenten:
Leerdoel 1.
18 mei inleveren projectcontract bij de opdrachtgever en de docent
17 juni bijgesteld resultaat inleveren
22 en 24 juni presentaties aan opdrachtgevers
Bijdrage aan het eindcijfer: 50% (waarvan 50% beoordeling van het eindresultaat en 50% projectcontract en tussenresultaat)

Leerdoel 2.
Theoretische benadering van het begrip Leiderschap
Drs. Mariske Vreugdenhil Leidinggeven aan professionals
Dr. Ria van der Lecq Klassieke Rethorica - de leider en de verleider
Prof. dr. Mirko Noordegraaf Publiek management
Prof. dr. Paul Verweel Leiderschap en organisatiecultuur

Tijd: van 29 april tot 20 mei
Literatuur bestuderen voor college, bestaande uit CV en literatuur of inaugurele rede
Studentensamenvatting maken vooraf en vragen formuleren voor de spreker

Essay waarin de theorie van de vier sprekers met elkaar verbonden wordt (vergelijk Schrijfacademie) en verbonden met je portfolio. Wat leer je hieruit mbt je eigen situatie.

Toetsmoment: Inleveren essay 27 mei. Bespreken 8 juni. Bijdrage eindoordeel: 25%.

Leerdoel 3.
Reflectie op persoonlijk en formeel leiderschap in de praktijk.
Wat heb je gezien tijdens de werkbezoeken bij WNF en het kenniscentrum MVO en de gesprekken met Rendel de Jong, Ben Verwaayen en Tom Rodriguez en hoe past dat in de aangedragen theorieen? Wat leer je uit het samenwerken in teams en het werken voor de externe opdrachtgever? Wat leer je mbt je eigen leiderschap?

Tijd: van 11 mei tot 3 juni

Literatuur bestuderen voor elke ontmoeting/bezoek bestaande uit CV en informatie over het bedrijf of de organisatie.
Toestmoment: Essay inleveren voor 10 juni. Bespreken op 22 juni. Opnemen in portfolio voor 1 juli. Bijdrage eindoordeel: 25%.


Tijdsbesteding 7.5 ECT:
Aanwezigheid is verplicht. Zaal open vanaf 9 uur. Begin college vanaf half 10 stipt.

Opzoektips - nogmaals lexisnexis en metis!

Lexisnexis

Voor het zoeken voor krachtenveldanalyse/stand van zaken rondom een issue/bekendheid van het publiek/publieke opinie is lexisnexis een belangrijke bron. Te vinden onder www.uu.nl. Je hebt je solisID nodig om in te loggen. Ga naar library en dan naar electronische bestanden en dan naar lexisnexis. Het zoekwoord zelfvoorzienend levert dan bijvoorbeeld het volgende op:

Zo heeft de volgende generatie eten; Olie wordt schaars. In het Engelse Totnes proberen ze daarom zelfvoorzienend te worden. De oprichter is vandaag in Nederland om uitleg te geven.
NRC.NEXT, 19 May 2009 Tuesday, COVER; Blz. 1, 2 words


Metis

Voor het zoeken van wetenschappers kun je googelen naar Metis en per universiteit zoeken naar onderwerpen.

zondag 17 mei 2009

Hoe schrijf ik een essay?

Deeltoets voor het vak Leiderschap, wat is dat is een essay over de aangeboden 4 theoriecolleges.

Ik vraag een essay van ca 2500 woorden – lettertype 12, anderhalve regelafstand.

De bedoeling van het essay is te toetsen of je de aangeboden stof begrepen hebt en intelligent kunt gebruiken. Dat komt omdat ik ergens een cijfer op moet baseren.
Het eigenlijke doel is natuurlijk dat je door het schrijven van het essay je de stof ook eigen maakt en nog belangrijker dat je de vraag die je jezelf gesteld hebt in het begin beantwoord.

Daarom is het goed je de vraag die je jezelf stelde nog eens voor de geest te halen. Je mag in je essay de vraag beantwoorden, wat is leiderschap? Maar je kunt hem ook versmallen naar je eigen vraag, bijvoorbeeld is leiderschap aangeboren, kun je leiderschap leren, heeft iedereen het. Zijn leiders nou eigenlijk wel aardig, of moeten ze zichzelf geweld aandoen om overeind te blijven? (alle vragen die we hadden geformuleerd voor onszelf in college 1 en voor Ben Verwaayen).
Maar omdat het een essay gaat, moet je uitleggen waarom die vraag zo interessant is en belangrijk voor jou. Bijvoorbeeld omdat ik me afvraag wat ik later met mijn studie ga doen, omdat ik graag iets in de wereld wil veranderen, omdat ik een belangrijke positie zou willen bekleden, omdat ik vind dat er weinig leiderschap is in de wereld en ik dat wil begrijpen.

Het schrijven van het essay is geen doel op zich, daarom wil ik dat jullie zo weinig mogelijk gehinderd worden door de format en geen schrijversblok oplopen. Denk vanuit wat je wil opschrijven en volg de tips die ik onder geef. Het is geen cursus essay schrijven – het helpt als het verhaal geestig is en origineel en lekker leest, maar dat is ook alles, het helpt, maar als je die gave nog niet helemaal hebt ontwikkeld kun je het beste droog beginnen. Dat is voldoende. Dat elk van jullie vreselijk uniek en geweldig is heb ik ook allang gemerkt, dus daar is ook geen essay voor nodig. Zie beneden:

De vragen die je beantwoord wil hebben kun je kernwoord samenvatten en in een matrix plaatsen tegenover de vier sprekers. Zo zorg je dat je ook noteert wat je wil weten. Ik teken het wel even op het bord, het klink ingewikkelder dan het is.

Wat is het verschil tussen een essay, een paper en een column?
Een column schrijf je met je hart, een paper met je hoofd en een essay met je hart en je hoofd. Het is de kunst evenwicht te vinden tussen hoofd (verwijzen naar tekst en theorie van anderen) en je hart (eigen mening en inbreng). Dus niet te veel van jezelf en niet te weinig van jezelf. Alleen samenvatten wat de sprekers hebben gezegd is te weinig van jezelf, alleen eigen mening is te veel van jezelf.

Er zijn twee stijlen:
Colombo (je weet meteen wie het gedaan heeft en in de loop van het verhaal ontdek je hoe en waarom) of
Agatha Christie (je moet door het hele verhaal voordat je weet wie het gedaan heeft).

Voor deze cursus gebruiken we de Colombo-stijl. De eerste alinea van je essay bevat dan je vraag/wat ga je beantwoorden/wat vraag je jezelf af en in 1 regel daarachter het antwoord. De nieuwsgierigheid van de lezer wordt gewekt naar hoe je dat gaat beargumenteren. (In ons geval is de vraag Wat is leiderschap? (of een verbijzondering daarvan, zoals boven besproken). Daarna komt je antwoord.

Debaters hanteren altijd volgende stelregels:
State, explain, illustrate.

Leg uit waarom je vraag interessant is door iets uit de krant, het aanhalen van een voorbeeld, maar in ons geval ook zeker waarom jij hem wil beantwoorden, waarom jij hem interessant vindt.

Je antwoord moet terugkomen in je conclusie.
Het tussenstuk is body – hierin werk je per alinea een gedachte uit.

Ook per alinea kun je weer heel systematisch te werk gaan: de belangrijkste zin staat als eerste regel, de rest van de alinea is uitleg en gebruikt je om je gedachte uit te werken.

Als je aan het schrijven bent kun je als techniek gebruiken dat je met je vraag in je hoofd nog weer eens inzoemt op de spreker. Na een overgangsalinea ga je dan door bijvoorbeeld met de volgende spreker.


Hoe kun je elkaar helpen?
Je kunt elkaar helpen door eerst mee te denken met elkaar over de hoofdvraag.
Je kunt elkaar ook helpen door een “barn raising groepje: samen bedenken welke bouwstenen je gaat gebruiken voor je essay:

Denkdenken is chaotisch
Praatdenken heeft enige orde
Schrijfdenken is geordend

Dus praten met elkaar is al een stap op weg naar je gedachten formuleren.

Daarna kunnen jullie twee aan twee elkaars eerste concept lezen.
Dat doe je door een argumentatieschema op te stellen: met je inleiding en daarin je vraagstelling en antwoord en iedere eerste zin van een volgende alinea. En de ander dan verduidelijking te laten vragen.

Tips
• Maak altijd duidelijk wat van jou is en wat van degene die je aanhaalt.
• Leg mensen geen dingen in de mond
• Geef personen zo goed mogelijk weer, laat ze tot hun recht komen
• Maak als je het niet met een spreker eens bent, je “tegenstander” zo sterk mogelijk (je kunt beter een sterke tegenstander verslaan dan een zwakke)
• Geef dan duidelijk jouw mening/zienswijze/conclusie
• Overgangspassages kunnen beginnen met: een ander voorbeeld is ..., waar De Ong nog sprak over ..., aan de andere kant ..., daartegenover staat ...
• Uiteindelijk noem je iets van alle sprekers.
• Een essay is vooral zoeken naar een antwoord. Wat is leiderschap kun je niet strak bewijzen waarschijnlijk. Het gaat niet om zwart/witte standpunten.
• In je vorm van “bewijs” kun je wel denken aan een rechter. Die kan zeggen na getuige 1, 2 en 3 gehoord te hebben, denk ik ... (elk was niet voldoende overtuigend, maar bij elkaar wel). Of hij kan zeggen na 1, 2 en 3 gehoord te hebben concludeer ik dat ze alle drie in elk geval eens zijn over ...
• Eindig met een actieperspectief: wie o wat moet nu iets doen, moete er gebeuren, wat ga jij doen, denken etc.